Skip to Content

Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen

27 May 2026 by
Bieke Vancoillie

We willen eens stilstaan bij het Koninklijk besluit van 25 januari 2001 betreffende de tijdelijke of mobiele bouwplaatsen :

We willen eens nader ingaan op de Bijlage III Minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid van toepassing op bouwplaatsen zoals bedoeld in Artikel 50 Deel A :

3. Vluchtroutes en nooduitgangen

3.a. Vluchtroutes en nooduitgangen dienen vrij te zijn van obstakels en via de kortste weg naar een veiligheidszone te voeren.

3.b. Bij gevaar moeten alle werkplekken snel en onder maximale veiligheidsomstandigheden kunnen worden geëvacueerd.

3.c. Het aantal, de verdeling en de afmetingen van de vluchtroutes en uitgangen zijn afhankelijk van de bestemming, de outillage en de afmetingen van de bouwplaats en de ruimten alsmede van het maximale aantal personen dat zich aldaar kan ophouden.

3.d. De specifieke vluchtroutes en nooduitgangen dienen gemarkeerd te zijn in overeenstemming met de bepalingen betreffende de veiligheids- of gezondheidssignalering op het werk.

Deze markering dient duurzaam te zijn en op daarvoor in aanmerking komende plaatsen te worden aangebracht.

3.e. De vluchtroutes en nooduitgangen alsmede de verkeersroutes en de deuren die daarop uitkomen dienen vrij te zijn van obstakels zodat ze te allen tijde zonder belemmeringen kunnen worden gebruikt.

3.f. Vluchtroutes en nooduitgangen waar verlichting noodzakelijk is, dienen te worden voorzien van een veiligheidsverlichting die bij het uitvallen van de elektrische stroom voldoende lichtsterkte bezit.

4. Brandmelding en -bestrijding


biositeBiosite by Assa Abloy

4.a. Afhankelijk van de kenmerken van de bouwplaats en de afmetingen en het gebruik van de ruimten, de aanwezige uitrusting, de fysische en chemische eigenschappen van de aanwezige stoffen of materialen alsmede het maximale aantal personen dat aanwezig kan zijn, dient er een voldoende aantal passende brandbestrijdingsmiddelen en voor zover nodig brandmelders en alarmsystemen te worden geplaatst.

4.b. Deze brandbestrijdingsmiddelen, brandmelders en alarmsystemen dienen regelmatig te worden gecontroleerd en onderhouden. Op gezette tijden moeten testen en relevante oefeningen plaatsvinden.

4.c. De niet-automatische brandbestrijdingsmiddelen dienen gemakkelijk bereikbaar en te gebruiken te zijn. Zij dienen te worden voorzien van een markering in overeenstemming met de bepalingen betreffende de veiligheids- of gezondheidssignalering op het werk.

Deze markering dient duurzaam te zijn en op de daarvoor in aanmerking komende plaatsen te worden aangebracht.

13. Eerste hulp

13.a. De werkgever dient ervoor te zorgen dat er op eIk moment gekwalificeerd personeel aanwezig is om eerste hulp te verlenen. Er dienen maatregelen te worden getroffen om werknemers die betrokken zijn bij een ongeval of die plotseling onwel worden, te kunnen vervoeren voor medische verzorging.

biosite

13.b. Wanneer de omvang van de bouwplaats of de aard van de werkzaamheden dat noodzakelijk maakt, dienen een of meer ruimten beschikbaar te zijn voor het verlenen van eerste hulp.

13.c. De voor het verlenen van eerste hulp bestemde ruimten dienen te worden voorzien van de uitrusting en de materialen die voor deze hulp absoluut noodzakelijk zijn en dienen gemakkelijk met brancards toegankelijk te zijn. Zij moeten worden gemarkeerd overeenkomstig de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk.

13.d. Ook op alle plaatsen waar de arbeidsomstandigheden dat vereisen dient materiaal voor eerste hulp aanwezig te zijn. Dit materiaal dient te zijn voorzien van een passende markering en dient gemakkelijk bereikbaar te zijn. Het adres en het telefoonnummer van de plaatselijke eerste hulppost moeten duidelijk zichtbaar zijn aangegeven.

biotise

Codex over het welzijn op het werk - Welzijnsbeleid

Titel 2 betreffende de algemene beginselen betreffende het welzijnsbeleid van

boek I van de codex over het welzijn op het werk bevat meer verduidelijkingen op

basis van de Welzijnswet.

De werkgever is verantwoordelijk voor het welzijnsbeleid in de onderneming en moet daarvoor gebruik maken van een ‘dynamisch risicobeheersingssysteem’ dat bedoeld is om de preventie te kunnen plannen en het welzijnsbeleid te kunnen toepassen.

Meer informatie over dit onderwerp vindt u in hoofdstuk 10 van dit Constructiv dossier :

  • betrekt de werknemers bij het preventiebeleid
  • organiseert het onthaal van nieuwe werknemers
  • zorgt ervoor dat de werknemers geïnformeerd en opgeleid worden over de
  • risico’s die verband houden met de onderneming, tijdens hun onthaal, maar ook tijdens de volledige duur van hun werk
  • zorgt ervoor dat de werknemers geïnformeerd worden over de noodprocedures, over de maatregelen die genomen moet worden bij ernstig en onmiddellijk gevaar en over de maatregelen met betrekking tot eerste hulp, brandbestrijding en de evacuatie van de werknemers
  • houdt het jaarverslag van de interne dienst ter beschikking van de inspecteurs Toezicht welzijn op het werk.

Wat kunnen wij als BBS Engineering BV voor jullie betekenen :

  1. wij geven advies hoe je best uw werven uitrust met een degelijk evacuatiesysteem
  2. wij maken risico analyses
  3. wij assisteren u bij het maken brandpreventiedossier

Wij ontzorgen u zodat u in regel bent met de Codex Welzijn op het werk.